Als er brand of een ander incident is, dan belt de melder 112. De melder wordt dan doorverbonden met de meldkamer. De meldkamer alarmeert de brandweer door middel van pagers, die alle vrijwilligers bij zich dragen. De pager geeft een alarmsignaal en op het display staat een tekst met de melding. De vrijwilliger spoed zich naar de post, trekt zijn uitrukpak aan en de eerste 6 vrijwilligers stappen in het voertuig. (waarvan 1 chauffeur, 1 bevelvoerder en 4 manschappen). De bevelvoerder geeft leiding en stuurt de manschappen aan.
Een alarm op de pager, (een melding) kan op ieder moment van de dag gebeuren. Is een vrijwilliger niet beschikbaar (bv. naar de tandarts, vakantie, uit het dorp, ziek) dan kan dit aangeven worden op de pager. Het systeem registreert of er voldoende vrijwilligers aanwezig zijn, zodat er uitgerukt kan worden.
De vrijwilliger heeft toestemming van zijn werkgever om te mogen uitrukken onder werktijd. Het kan altijd voorkomen dat het een keer niet uitkomt. Ook wordt er onderling geregeld dat men mogelijk langer doorwerkt. Hiertegenover staat een stukje maatschappelijk verantwoordelijkheid, maar ook dat de werkgever een personeelslid krijgt die “BHV” is opgeleid.
Meldingen kunnen heel verschillend zijn: brand, hulpverlening, ongeval met gevaarlijke stoffen, waterongeval, dienstverlening (bv wateroverlast of kat in de boom). Als we in actie zijn gekomen zorgen we ook voor een stuk nazorg: zowel voor de burgers als voor ons eigen personeel. Een uitruk wordt altijd nabesproken, met name als er slachtoffers bij betrokken waren. Ook de voertuigen worden weer in orde gemaakt voor de volgende uitruk.
